Nieuws

Aflossen op je hypotheek in 2020? Laat je goed adviseren!

Overweeg jij om binnenkort een deel van jouw hypotheek af te lossen? Bijvoorbeeld met een eindejaarsbonus, een schenking, een erfenis of spaargeld? Laat je dan eerst goed adviseren! Vorig jaar is de campagne Aflossingsblij van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) van start gegaan. Dit najaar zijn ook de verzekeraars aangehaakt. Het doel van deze campagne is om consumenten met een aflossingsvrije hypotheek in actie te laten komen. Bijvoorbeeld door deze (deels) af te lossen. Drie mogelijke probleemsituaties Dit is soms terecht, maar dat hoeft lang niet altijd het geval te zijn. Er zijn drie situaties waarin een aflossingsvrije hypotheek tot problemen kan leiden: De hypotheek loopt over enkele jaren af . Je mag binnenkort geen hypotheekrente meer aftrekken . Je gaat bijna met pensioen. Zeker als meerdere van deze situaties zich tegelijkertijd voordoen, bestaat de kans dat je in de problemen komt. Dat zie je terug in recente nieuwsberichten over met name oudere mensen die hierdoor misschien gedwongen worden om hun huis te verkopen. Nadelig Maar let op: aflossen kan ook nadelig uitpakken. Want als je al je spaargeld in stenen stopt, loop je het risico dat je een financiële tegenslag niet meer kunt opvangen. Of geen potje meer hebt om je inkomen mee aan te vullen als je minder geld krijgt omdat je met pensioen gaat of vanwege werkloosheid. Oproep is geen advies Daarom is het belangrijk om goed advies in te winnen. Alleen een oproep om af te lossen is geen advies. Wil je toch gehoor geven aan zo’n oproep? Vraag dan altijd een schriftelijke bevestiging aan jouw hypotheekverstrekker. Mocht later blijken dat aflossen onverstandig was, dan kun je bewijzen dat je het op advies hebt gedaan en sta je juridisch sterker. Verder kijken dan alleen de hypotheek Maar zelfs als je zo’n bevestiging hebt, blijft het verstandig om daarnaast gedegen advies in te winnen. Een goede adviseur kijkt namelijk verder dan alleen de hypotheek. Die brengt jouw financiën van nu én de toekomst in kaart . Wil je daar meer over weten? Neem dan eens contact met me op. Ik help je graag bij het vinden van de beste oplossing voor jouw situatie.

Partneralimentatie in 2020 van twaalf naar vijf jaar

De Eerste Kamer heeft op 21 mei 2019 het wetsvoorstel aangenomen dat de duur van de partneralimentatie moet verkorten. Volgens deze nieuwe wet duurt partneralimentatie dan nog maximaal vijf jaar, in plaats van de huidige twaalf jaar. De wet gaat op 1 januari 2020 van kracht.   Voor langdurige huwelijken (langer dan 15 jaar), waarbij de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar jonger is dan de AOW-leeftijd. Dan geldt dat de partneralimentatie niet eerder eindigt dan op het tijdstip waarop de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt (dus maximaal tien jaar); Voor huwelijken met kinderen onder de twaalf jaar. De partneralimentatieverplichting loopt dan door totdat het jongste kind de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt (dus maximaal twaalf jaar); Voor alimentatiegerechtigden van vijftig jaar en ouder die langer dan vijftien jaar getrouwd zijn. Zij hebben recht op tien jaar alimentatie. Deze uitzondering vervalt over zeven jaar.  Alleen voor nieuwe gevallen Het wetsvoorstel gaat naar alle waarschijnlijkheid in op 1 januari 2020. De wet geldt dan  alleen voor “nieuwe gevallen”. Als er al een verzoekschrift is ingediend of een bijdrage is vastgesteld, blijven de huidige maximale termijnen gelden. De huidige wet is in veel gevallen achterhaald. Als een stel 25 jaar getrouwd is, is twaalf jaar alimentatie betalen wellicht begrijpelijk. Maar voor partners die niet zo lang samen zijn en allebei werken, is twaalf jaar vaak te lang. Dat betekent dus ook dat een verkorting van de termijn niet in alle gevallen passend is. Er moet altijd gekeken worden naar het individuele geval, waarvoor afwijking van de hoofdregel mogelijk moet zijn. Het wetsvoorstel voorziet in een zogenaamde hardheidsclausule, maar over de exacte toepassing hiervan en of deze voldoende maatwerk kan bieden, is nog niet duidelijk. bron: https://www.verder-online.nl/nieuws/nieuws/partneralimentatie-in-2020-van-twaalf-naar-vijf-jaar/

Belasting 2020: ga jij er financieel op vooruit?

Vanaf 2020 zijn er nog maar twee schijven voor de inkomstenbelasting. Voor de meeste Nederlanders is dat gunstig. Maar als je een hoog inkomen hebt, mag je straks minder kosten aftrekken. Verdien je in 2020 minder dan € 68.507? Dan betaal je 37,35% inkomstenbelasting. Ten opzichte van nu gaat iemand met een inkomen van € 25.000 er volgend jaar een kleine € 400 op vooruit en iemand met een inkomen van € 65.000 zelfs zo’n € 700. Hoog inkomen Is jouw inkomen hoger? Dan betaal je over het meerdere 49,5% belasting. Nu is dat nog 51,75%. Minder belasting betalen is natuurlijk gunstig. Maar omdat de aftrek van de hypotheekrente en andere aftrekposten minder wordt, betekent het niet altijd dat je volgend jaar meer te besteden hebt. Belasting AOW 2020 Voor AOW-gerechtigden zijn er vanaf 2020 drie schrijven in plaats van vier. Tot een inkomen van ongeveer € 35.000 geldt een percentage van 19,45%. Voor het meerdere tot € 68.507 is het tarief 37,05%. Is hun inkomen nog hoger, dan betalen ze over dat deel 49,5% belasting. Hypotheekrenteaftrek 2020 De maximale hypotheekrenteaftrek wordt al sinds 2014 verlaagd. Tot nu toe met een half procent per jaar. Daardoor mag je over 2019 nog maximaal 49% aftrekken. Volgend jaar is dat aanzienlijk minder. Dan geldt nog een maximaal percentage van 46%. Daarna wordt de hypotheekrenteaftrek verder afgebouwd, totdat deze in 2023 nog maximaal 37,05% bedraagt. Overige aftrekposten 2020 Eigenlijk geldt voor alle aftrekposten dat ze worden afgebouwd. In 2020 mag je ze nog voor maximaal 46% aftrekken; in de jaren daalt dit percentage nog verder. Aftrekposten zijn bijvoorbeeld partneralimentatie, giften en bijzondere zorgkosten. Ben je ondernemer of zzp’er? Houd er dan rekening mee dat hetzelfde opgaat voor diverse ondernemersregelingen zoals zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek en MKB-winstvrijstelling. Een overzicht vind je op de website van de Belastingdienst. Spaarbelasting 2020 Ook over spaargeld en beleggingen moet je belasting betalen. Wel heb je in 2020 een vrijstelling van € 30.846 per fiscale partner. Blijft jouw vermogen onder dit bedrag, dan hoef je daar geen belasting over te betalen. Heb je meer, dan betaal je over de rest belasting. Box 2-belasting 2020 Ontvang je dividend, bijvoorbeeld omdat je mede-eigenaar bent van een vennootschap? Dan ga je over deze uitkering de komende jaren meer belasting betalen. Nu geldt in box 2 nog een tarief van 25%, in 2020 is dat 26,25%. Daar staat tegenover dat de vennootschapsbelasting omlaag gaat. Meer informatie Wil jij meer weten over de belastingen in 2020 of heb je een andere vraag over dit artikel? Neem dan gerust eens contact met me op. Als Erkend Financieel Adviseur help ik je graag bij het vinden van het antwoord.  

De verzekeraar houdt weer van het intermediair

Intermediairs, zo was nog niet zo lang geleden de verwachting, zouden in rap tempo overbodig worden door handige tools op internet, waarmee consumenten verzekeringen zelf konden afsluiten. Intermediairs zouden uitsterven en direct writing en execution only zouden de norm worden. Maar het liep anders. “De verzekeraars zijn er allemaal van teruggekomen.”   Er wordt wel beweerd dat kunstmatige intelligentie ervoor zorgt dat het gedrag van de consument haarscherp in beeld kan worden gebracht. De Nest-thermostaat, de slimme deurbel, sensoren in auto’s, cookies op computers, route-navigatie… het is één groot digitaal spel van screenen en monitoren om de handel en wandel van de consument in kaart te brengen. Is hij of zij thuis of buiten de deur? Zijn er verhuisplannen? Worden er kinderen verwacht? Staat er een grote investering op stapel? Is er een reis naar Australië geboekt? Een auto in de kreukels gereden? Technologie maakt het zichtbaar. Direct contact met de klant bleek geen succesformule Plannen, risico’s, inkomsten en uitgaves kunnen met nieuwe technologie steeds nauwkeuriger worden vastgesteld en daaraan kunnen preventieve maatregelen worden gekoppeld. Grote verzekeraars, met hun enorme ICT-budgetten, zouden daar best profijt van kunnen hebben. Zij kunnen hun klanten kennen, al is het maar door klikgedrag te volgen. En de klanten zelf kunnen met diezelfde apps en tools steeds gemakkelijker zelf verzekeringen afsluiten. Waarom zouden verzekeraars een beroep doen op het intermediair om hun producten te verkopen? Nergens voor nodig toch? De heersende opvatting was dat tussenpersonen zouden uitsterven. Zowel verzekeraars als klanten zouden ze niet meer nodig hebben. Dat bleek een misvatting. Toch is de realiteit echt anders. Daar waar tussenschakels in alle branches en sectoren wegvallen door de ongekende mogelijkheden van digitale technologie, zijn assurantietussenpersonen in de financiële dienstverlening weer flink in opkomst. Ooit werd massaal verkondigd dat direct contact met de klant beter was. Maar het bleek geen gedroomde succesformule. Het intermediair is terug en misschien wel nooit weggeweest. Samenwerken met intermediairs is een must, zo vinden verzekeraars. Dat vraagt om een analyse. Multichannel was het toverwoord Jurjen Oosterbaan, oprichter van Bureau DFO, zag het allemaal gebeuren. Hij schetst de recente geschiedenis: “Toen wij begonnen in 1998 was het gebruikelijk dat verzekeraars met tussenpersonen werkten. Het was de standaard. Andere smaken waren er niet. Rond 2010 werd de kentering ingezet. Verzekeraars gingen steeds vaker beleid voeren om klanten via intermediairs én rechtstreeks te benaderen. Het toverwoord was multichannel: inzetten op meerdere kanalen. Het voordeel van direct writing? Je kon gebruikmaken van de ondeskundigheid van de klant en misschien een iets hogere premie vragen voor een product dat net niet helemaal passend was. Tweede voordeel was dat verzekeraars klanten door direct contact beter leerden kennen en zo hun producten konden verbeteren.” Ohra deed eigenlijk niks anders dan direct writing, stelt Oosterbaan. “Daar kwam bij dat het geloof in technologie enorm was. Met handige tools op internet kon de klant het allemaal zelf. De heersende opvatting was dat tussenpersonen zouden uitsterven. Zowel verzekeraars als klanten zouden ze niet meer nodig hebben. Dat bleek een misvatting. Verzekeraars zijn er allemaal van teruggekomen. Dat beeld wordt bevestigd door cijfers van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), waaruit slechts een beperkte daling van het aantal assurantiekantoren naar voren komt. En de werkgelegenheid is hoegenaamd niet gedaald. Medewerkers van verdwijnende kantoren worden overgenomen door andere kantoren.” Brengproducten vragen om onafhankelijke begeleiding Het intermediair leeft en de verklaring daarvoor is simpel volgens Oosterbaan. Het blijkt namelijk niet zo eenvoudig om als consument een keuze te maken voor een ingewikkeld financieel product. De behoefte aan advies leeft vooral bij complexe producten. Oosterbaan spreekt over eenvoudige ‘haalproducten’ en complexere ‘brengproducten’. Vooral de brengproducten vragen om onafhankelijke begeleiding. Misschien heeft het intermediair ook wel een beter imago dan de verzekeringsbranche. Dat is ook de conclusie van Fred de Jong, zelfstandig onderzoeker en docent aan de Universiteit van Amsterdam. De Jong schreef in 2010 een proefschrift over het functioneren van tussenpersonen. Hij ziet een behoefte aan onafhankelijk advies vooral bij complexe financiële producten zoals pensioenen en hypotheken. De Jong: “Hoe simpeler het product, hoe meer rechtstreeks contact. Denk bijvoorbeeld aan schadeverzekeringen en consumptief krediet. En ja, misschien heeft het intermediair ook wel een beter imago dan de verzekeringsbranche. In elk geval zijn intermediairs al sinds 2013 marktaandeel aan het winnen bij de complexere producten.” Persoonlijk advies is een vak apart “Dat klopt, ik zie het ook”, zegt directeur Enno Wiertsema van brancheorganisatie Adfiz. Wiertsema schetst de ontwikkelingen: “Door de financiële crisis van 2008 en de doorgeslagen vakbekwaamheidseisen, de politieke druk en het provisieverbod in 2013 stopten veel adviseurs ermee. Daar kwamen robotisering, digitalisering en de opkomst van vergelijkingssites bij. ‘Mwah’, dachten de verzekeraars, ‘dat kunnen we zelf’. Door directer op de klant te gaan zitten zouden ze het verschil gaan maken. Alleen deden ze dat niet met vernieuwende producten.” En misschien realiseerden ze zich te weinig dat persoonlijk advies een vak apart is. Wiertsema: “Persoonlijk advies is maatwerk, mensenbusiness, een-op-een aan tafel, begrip hebben voor twijfels, nog weer eens terugbellen. Weinig grote organisaties hebben dat echt in de vingers. De adviseur kent dat spel beter.” De adviseur weet volgens Wiertsema precies wanneer de klant door het beslisproces heen geholpen wil worden. En hoe. Verzekeraars vergeten uit te zoomen De toon is gezet: intermediairs zijn weer onmisbaar. Daarmee rijst de vraag of de interne processen van de verzekeraars geschikt zijn voor intensievere samenwerking met tussenpersonen. Wiertsema is zuinig in zijn woordkeuze: “Verzekeraars willen graag, ze doen hun best, maar vergeten uit te zoomen naar de hele keten. Ze zijn bezig met standaardisatie en vergroten van efficiency voor hun eigen klanten en werkprocessen. Hun budgetten voor automatisering gaan vooral naar legacy: proberen bij te blijven en in stand houden van de oude systemen.” Verzekeraars zouden volgens Wiertsema meer moeten focussen op ketensamenwerking – en de adviseurs daarin goed meenemen. “Dat ontbreekt eraan in de dagelijkse praktijk. Adviseurs willen iets overleggen maar moeten eerst inloggen, of krijgen een bandje, of iemand op het callcenter die van niks weet. Ze willen maatwerk. De ene adviseur vindt het prima als de polis rechtstreeks naar de klant gaat, de ander wil hem eerst nog accorderen. Die flexibiliteit moeten verzekeraars hebben. Dus ja… het gaat langzaam beter maar de juiste balans ontbreekt nog. Verzekeraars moeten niet alleen roepen dat ze intermediairs goed willen bedienen. Ze moeten het ook echt laten zien.” Via tussenpersoon ontlopen verzekeraars aansprakelijkheid Van verschillende kanten wordt ook ‘aansprakelijkheid’ genoemd als een factor voor de comeback van het intermediair. Fred de Jong noemt het “logisch” dat er minder onterecht wordt geclaimd bij je eigen tussenpersoon, die je op zaterdag ook bij de hockeyclub tegenkomt. Een claim bij een anoniem callcenter is makkelijker. Jurjen Oosterbaan formuleert het zo: “Ga je als verzekeraar rechtstreeks zakendoen met een klant die je niet goed kent, dan verkoop je eerder een product dat niet aan de verwachtingen voldoet en niet goed aansluit en krijg je een claim. Door met tussenpersonen te werken, ontlopen verzekeraars hun aansprakelijkheid.” Het geschetste beeld wordt deels onderschreven door cijfers van Rabobank (die de deur naar de tussenpersoon ook weer heeft opengezet). Volgens Rabobank oriënteren consumenten zich bij hypotheken dan misschien steeds meer online, een hypotheek afsluiten doen zij nog altijd het liefst bij een adviseur. Daarbij kiest de consument vaker voor een adviseur bij een intermediair (64 procent) dan bij een bank (32 procent) of verzekeraar (1 procent). Wees een Schutzklick Volgens Rabobank leidt insurtech (lees: technologiegedreven vernieuwing) in combinatie met het genoemde provisieverbod tot andere verdienmodellen van assurantietussenpersonen. Winnaars zijn degenen die investeren in digitalisering, opleidingen en online zichtbaarheid, degenen met klantgerichte websites met online premieberekeningen, digitale polismappen, mutaties en schademeldingen, degenen met all-inprijzen en vergoedingen op basis van uurtarief. Daarmee zijn we weer terug bij de digitale technologie. Chatbots en kunstmatige intelligentie kunnen het claimsmanagement en de opsporing van fraude verbeteren. Bovendien kan nieuwe technologie zorgen voor effectievere acquisitie op nieuwe klanten en kostenefficiëntere service. Met andere woorden: timmer aan de weg. Doe het slimmer, doe het beter. Wees zelf een Schutzklick, GetSafe, Insurify (of welke hippe start-up dan ook). Schadelast Wat is de schadelast van consumenten direct en via intermediairs? We vragen de cijfers op bij het Verbond van Verzekeraars maar woordvoerder Barbara van der Rest laat weten geen gegevens te hebben over de verdeling van de verzekeringsportefeuille naar afsluitkanaal. Ook onderzoeker Fred de Jong geeft aan dat er geen cijfers beschikbaar zijn. “En als verzekeraars die cijfers al hebben, worden ze niet gedeeld vanwege concurrentiegevoeligheid.” Het blijkt een heikele kwestie. “Goede, geaggregeerde cijfers zie ik eigenlijk nooit”, aldus Enno Wiertsema van Adfiz. “Maar het is niet zo moeilijk te beredeneren hoor. De schadelast via adviseurs is natuurlijk lager. Adviseurs kennen hun klanten persoonlijk en hebben geen zin om slechte risico’s te verzekeren. De online-kanalen van de verzekeraars zijn massaproducten. Daar zitten ook klanten bij die zijn afgewezen door adviseurs.” Volgens Jurjen Oosterbaan zou je anderzijds kunnen beredeneren dat de schadelast juist hoger is via intermediairs. “Er worden hevige discussies gevoerd tussen verzekeraars en intermediairs. De verzekeraar zal zeggen: ‘Die gestolen camera hing aan een stoel in die bar. Dat dekt de reisverzekering niet.’ De tussenpersoon komt met sterke tegenargumenten waardoor er vaker toch wordt uitgekeerd, want zulke discussies blijven bij direct writing meestal achterwege.” Niet achteroverleunen Bij de grootste afzetmarkt van oudsher (particuliere schadeverzekeringen) is het intermediair niet meer het dominante kanaal. De markt verschuift en zal de komende jaren verder verschuiven, mede door technologische ontwikkelingen, voorspelt Fred de Jong. Dus achteroverleunen is er niet bij voor intermediairs. Maar blijven zullen ze als ze toegevoegde waarde kunnen laten zien bij advies over complexe producten. Dat is kort gezegd het verhaal. “Doorontwikkeling van de beroepsgroep leidt tot nieuwe producten”, aldus Jurjen Oosterbaan. Hij noemt onder meer financiering van zonnepanelen en warmtepompen voor woningeigenaren, aanpassingen van woningen voor ouderen en advies rond echtscheidingen. “Het is goed voor verzekeraars als de dienstverlening zich verbreedt. Een extra reden om weer met intermediairs te werken.” Maar wat een gedoe. Verzekeraars benoemen het intermediair eerst als de standaard en verwijzen de beroepsgroep vervolgens naar het rijk der fabelen om daar uiteindelijk weer met hangende pootjes op terug te komen. We zouden het zwabberbeleid kunnen noemen. Kost nog een hoop geld ook. Gelukkig waren er ook partijen met een vooruitziende blik. Verzekeraar Scildon heeft de tussenstap naar direct writing nooit willen zetten en is altijd voor honderd procent blijven werken met intermediairs. Het bedrijf heeft nooit overwogen een verkoopapparaat op te tuigen, een consumentenmerk in de markt te zetten en te investeren in branding. Auto en zorg online, ORV met advies Commercieel directeur Michel van Dam: “Natuurlijk hadden wij intern wel discussies toen een jaar of vijf geleden bijna alle concurrenten kozen voor directe verkoop. Toch waren we er snel genoeg uit en dat heeft ons inderdaad veel geld bespaard. Kijk, een auto- of zorgverzekering willen consumenten nog wel online regelen. Maar er is gewoon veel behoefte aan gedegen onafhankelijk advies over de producten die wij aanbieden: overlijdensrisicoverzekeringen, vermogensopbouw en collectieve pensioenen. Bij het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering willen onze klanten uitgelegd hebben wat de (fiscale) gevolgen zijn voor hun individuele situatie.” Het voordeel van direct writing ziet Van Dam ook: de consument leren kennen en met die kennis producten innoveren. Scildon compenseert dit ‘gemis’ met klantonderzoeken. Door klanten heel scherp te bevragen over ‘wat ze willen’ en ‘hoe ze denken’ (en dat te toetsen met adviseurspanels) kan het juiste product worden samengesteld. Van Dam: “Of tussenpersonen vervolgens ook voor Scildon kiezen is aan hen. Zij bepalen welk product past bij de klant.” Mensen met een modaal inkomen kunnen de uurtarieven van adviseurs niet altijd opbrengen. Terwijl het juist deze doelgroep is die het advies het hardst nodig heeft   Financiële rampscenario’s Ondertussen maken Nederlanders zich steeds meer zorgen over hun huishoudboekje. Dat blijkt uit onderzoek van overheidsplatform Wijzer in Geldzaken, dat een groep van duizend consumenten ondervroeg. Het aantal consumenten dat tevreden zegt te zijn over de eigen financiële situatie is gedaald sinds 2017. Twee jaar geleden waren nog bijna zes op de tien Nederlanders tevreden, nu is dat ongeveer de helft. Verder blijkt dat consumenten minder vaak het gevoel hebben dat zij controle hebben over hun financiële situatie en juist vaker moeite hebben om los te komen van nare gedachtes over financiële rampscenario’s. Juist hierover maakt Michel van Dam van Scildon zich zorgen: “De betaalbaarheid van onafhankelijk advies is een punt van zorg. Mensen met een modaal inkomen kunnen de uurtarieven van adviseurs niet altijd opbrengen. Terwijl het juist deze doelgroep is die het advies het hardst nodig heeft. Vaak hebben ze niks geregeld als het gaat om een overlijdensrisicoverzekering. De achterblijvers van overledenen kunnen daardoor in grote problemen komen.” Eerste publicatie door Ton Verheijen op 6 dec 2019 Bron: Amweb.nl

Alimentatie 2020

Alimentatie 2020 Wie in 2020 gaat scheiden, krijgt te maken met andere regels voor de partneralimentatie. Die wordt vanaf volgend jaar namelijk ingekort. In 2019 geldt nog een maximale alimentatietermijn van twaalf jaar, vanaf 1 januari is dat hooguit vijf jaar. Maar er zijn ook een paar uitzonderingen op deze regel. De wet met de nieuwe regels rondom partneralimentatie is al in 2018 aangenomen maar gaat pas op 1 januari 2020 in. Omdat steeds meer partners tegenwoordig tweeverdieners zijn, is het volgens de regering logisch om de duur van het recht op partneralimentatie te verlagen.  ''Alimentatie 2020 nog maximaal 50% van de tijd die het huwelijk heeft geduurd'' Vanaf 2020 bestaat dit recht daarom voor 50% van de tijd die het huwelijk of het geregistreerd partnerschap heeft geduurd. Als jij en je partner acht jaar bij elkaar zijn, geldt het recht op alimentatie dus vier jaar. Verder is er dus een maximum van vijf jaar vastgesteld.   Alimentatie 2020: ook uitzonderingen De rechtbank die de scheiding uitspreekt, mag uitzonderingen maken. Bijvoorbeeld als er sprake is van een ‘onredelijke of onbillijke situatie’. Dat kan het geval zijn als één van de partners de zorg draagt voor een gehandicapt kind of zelf gezondheidsproblemen heeft. De rechter kan in zo’n situatie bepalen dat het recht op partneralimentatie langer duurt. Hebben jij en je (ex) partner kinderen? In dat geval duurt het recht op partneralimentatie tot het moment dat jullie jongste twaalf is geworden. Vijftigplussers en alimentatie in 2020 Zijn jullie langer dan vijftien jaar getrouwd of geregistreerd partner en gaat één van jullie binnen tien jaar met pensioen? Dan heeft degene die alimentatie krijgt daar recht op tot aan de pensioenleeftijd. En voor vijftigplussers die langer dan vijftien jaar samen waren, geldt het recht op partneralimentatie voor maximaal tien jaar.   Alleen scheidingen na 1 januari De nieuwe regels gelden voor scheidingen die vanaf 1 januari door de rechter worden bekrachtigd. Op scheidingen die vóór 2020 zijn uitgesproken, zijn de oude regels van toepassing. Dus blijven ook de afspraken van kracht die zijn opgesteld in het echtscheidingsconvenant en de beschikking van de rechter. Maar als één van de ex-partners overlijdt, stoppen de verplichtingen. En als je partneralimentatie krijgt en een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaat of duurzaam gaat samenwonen, verlies je jouw rechten. Kinderalimentatie 2020 Alleen de regels rondom de partneralimentatie veranderen. Voor kinderalimentatie blijft alles hetzelfde. Jullie houden dus de onderhoudsplicht totdat jullie kinderen 21 jaar zijn. Op die bepaling is één uitzondering: als een kind achttien jaar of ouder is en zelf voldoende inkomen heeft, kan het recht op kinderalimentatie vervallen. Inzicht houden in je financiële toekomst Bij een scheiding komt er veel op je af. Niet alleen emotioneel, ook financieel. Op zo’n moment is het belangrijk om inzicht te houden in je financiële toekomst. Een erkend Financieel Adviseur kan je ook in deze situatie helpen. 

Flexwerker krijgt in 2020 sneller toegang tot hypotheek

Goed nieuws voor flexwerkers en starters op de arbeidsmarkt. Vanaf januari 2020 kunnen zij een beroep doen op de Arbeidsmarktscan. Daardoor moet het eenvoudiger worden om een hypotheek te krijgen. Als je géén vast contract en dus geen vast inkomen hebt, wordt je maximale hypotheeklening nu vaak nog bepaald op basis van inkomsten over de afgelopen drie jaar. Die inkomsten kunnen per jaar flink verschillen. En als je nog maar net bent begonnen met werken, heb je die cijfers natuurlijk niet. Gevolg is dat flexwerkers, zzp’ers, uitzendkrachten en mensen met tijdelijke contracten maar moeilijk aan een hypotheek komen. Een huis kopen is voor hen vaak lastig. Toekomstige salaris Om hiervoor een oplossing te bieden, is de Arbeidsmarktscan ontwikkeld. De scan voorspelt wat je toekomstige salaris ongeveer zal zijn. Dat vergroot de kans dat je een (hogere) hypotheek kunt afsluiten. Meer over de Arbeidsmarktscan lees je hier. NHG In 2020 doen er negen hypotheekverstrekkers mee aan de Arbeidsmarktscan. In eerste instantie kun je er alleen gebruik van maken als je een hypotheek met NHG afsluit. Daarmee kun je dan maximaal € 310.000 lenen voor je huis. Maar de deelnemende banken hebben al aangegeven dat ze de scan in de toekomst ook voor hypotheken zonder NHG willen aanbieden.   Zzp’ers en freelancers Als de pilot slaagt, moet de Arbeidsmarktscan beschikbaar komen voor iedereen met een flexibel inkomen. Naast flexwerkers en starters moeten op termijn ook zzp’ers en freelancers ervan kunnen profiteren. Dat schrijft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. Meer informatie Wil je meer weten over de Arbeidsmarktscan of heb je een andere vraag over hypotheken? Neem dan gerust even contact met me op. Als erkend Financieel Adviseur ben ik expert op het gebied van hypotheken en financieren. Ik zet de mogelijkheden graag voor je op een rij en reken alles voor je door, zodat jij straks misschien jouw droomhuis kunt kopen!

Hypotheek 2020: wat verandert er?

We zijn er inmiddels aan gewend: met de komst van een nieuw jaar verandert er ook weer het een en ander in de hypotheekregels. In dit artikel hebben we de belangrijkste veranderingen voor de hypotheek in 2020 voor je op een rij gezet. Maar we beginnen met iets wat niet verandert: ook in 2020 kun je hooguit 100% van de waarde van je huis financieren met een hypotheek. Bijkomende kosten, zoals overdrachtsbelasting en makelaarskosten, moet je dus van je spaargeld betalen . ‘Tweeverdieners met een laag inkomen kunnen in 2020 een hogere hypotheek afsluiten en ook de NHG-grens gaat omhoog’ Energiebesparende maatregelen Er is één uitzondering op die regel: als je energiebesparende maatregelen treft, mag je meer lenen. Je inkomen moet dan wel tenminste €33.000 bruto per jaar zijn. In dat geval mag je maximaal 6% van de woningwaarde extra lenen om energiebesparende maatregelen mee te bekostigen. Wil je een nul-op-de-meterwoning? Dan kun je daarvoor in 2020 minder lenen via jouw hypotheek. Nu is het extra bedrag nog € 25.000, volgend jaar nog maar € 15.000. Gelukkig zijn er nog steeds voldoende alternatieve leenmogelijkheden om alsnog je woning energiebesparend te maken. Tweeverdieners Zijn jullie tweeverdieners? Dan bestaat de kans dat jullie volgend jaar meer mogen lenen voor jullie huis. In 2020 telt het inkomen van de minst verdienende partner namelijk voor 80% mee om de woonquote vast te stellen. De woonquote is het deel van het gezamenlijke inkomen dat jullie mogen besteden aan woonlasten. Nu telt nog slecht 70% van het laagste inkomen mee. Kostengrens NHG omhoog Sinds 2017 is de kostengrens voor NHG-hypotheken gekoppeld aan de gemiddelde huizenprijs over de maanden juni, juli en augustus van het jaar ervoor. In 2019 was die € 309.203. Daarom stijgt de maximale hypotheek met NHG per 1 januari 2020 naar € 310.000. Hypotheekrenteaftrek De rente die je betaalt over je hypotheekschuld mag je van de Belastingdienst aftrekken van je inkomen. Daardoor hoef je minder belasting te betalen. Sinds 2014 wordt de maximale aftrek van hypotheekrente elk jaar met een half procent verlaagd. Vanaf 2020 gaat dat aanzienlijk sneller: volgend jaar mag je nog maximaal 46% van de betaalde hypotheekrente aftrekken. Als je meer dan € 68.507 verdient, ga je dat dus in je portemonnee voelen. Meer informatie Heb je een vraag over dit artikel of wil je weten of jouw bestaande – of nieuwe – hypotheek wel 2020-proof is? Neem dan gerust even contact met me op. Als Erkend Financieel Adviseur ben ik expert op het gebied van hypotheken en financiën. Ik help je graag verder.  

Wintertijd hoogseizoen voor inbrekers

De wintertijd is het hoogseizoen voor inbrekers. Nu de dagen donker en korter worden, stijgt de inbraakkans tot december met gemiddeld 72%. Vooral in Zeeland, Drenthe en Limburg neemt het inbraakrisico de komende weken harder toe dan het gemiddelde van alle provincies, blijkt uit cijfers van de InbraakBarometer van Interpolis.   Met deze inbraakmonitor kunnen Nederlanders het actuele inbraakrisico bekijken in hun eigen wijk. Juist in de wintermaanden is het risico op een inbraak hoog. In de periode december ten opzichte van september stijgt het aantal woninginbraken flink, met een duidelijke piek rondom de feestdagen. Tijdens de jaarwisseling verdriedubbelt de kans op een woninginbraak ten opzichte van andere dagen in de twee piekmaanden december en januari. Tijdens de kerstdagen wordt er 50% meer ingebroken dan op andere dagen in december en januari.   Niet thuis Het bewustzijn van een hoog inbraakrisico en het nemen van simpele maatregelen kan vaak al voldoende zijn om een inbreker af te schrikken. “Inbrekers hebben een hekel aan licht, lawaai en lang werk”, zegt Youri van der Avoird van Interpolis. “Nu de donkere maanden zijn begonnen, weten inbrekers precies wanneer bewoners niet thuis zijn en natuurlijk opereren zij zelf ook graag in het donker. Dit zorgt voor een toename in het aantal inbraken. Beveiligingsmaatregelen zoals een automatisch lichtsysteem, een alarm of goed hang- en sluitwerk verlagen dan ook de kans op een woninginbraak enorm.” Voorspellingen De InbraakBarometer is sinds afgelopen zomer beschikbaar en Nederlanders hebben inmiddels al veelvuldig gebruik gemaakt van dit specifieke inzicht in het inbraakrisico in hun eigen postcodegebied. De afgelopen maanden werd de InbraakBarometer door ruim 76.000 mensen geraadpleegd. De voorspellingen van de InbraakBarometer zijn gebaseerd op een zelflerend algoritme dat gebruikmaakt van verschillende openbare databronnen. Zo houdt de InbraakBarometer rekening met informatie als inbraakfrequentie, seizoenspatronen, leeftijdsopbouw, gezinssamenstelling en schoolvakanties.   Nauwkeurig De voorspellingen van de InbraakBarometer blijken nauwkeurig. “Wij controleren iedere dag in hoeverre onze voorspelling voor een specifieke dag in een specifiek postcodegebied juist was”, vervolgt Van der Avoird. “Als de InbraakBarometer de laagste waarde aangeeft, blijkt er die dag ook nooit te worden ingebroken. Geeft de barometer de hoogste score aan, dan vindt er in 25 tot 30% van de gevallen ook daadwerkelijk die dag in dat postcodegebied een inbraak plaats. Voor een dergelijk algoritme is dat een bijzonder nauwkeurige voorspelling.” Bron: Annet van den Berg / https://www.amweb.nl/

Looptijdrente: wat is het en waarom is het interessant?

Looptijdrente: wat is het en waarom is het interessant?  Als je een huis koopt dat je financiert met een annuïtaire of lineaire hypotheek weet je precies hoeveel je elke maand moet betalen. Toch? Nou nee, niet per se. Zelfs als je de rente voor dertig jaar vast zet.   Hoe dat zit? Het heeft te maken met de zogenoemde looptijdrente. Omdat je lening aan het begin van de looptijd hoger is, betaal je een risico-opslag aan jouw hypotheekverstrekker. Maar omdat je aflost, wordt het risico voor de bank kleiner. In principe moet die risico-opslag dan dus omlaag gaan en zou jij in aanmerking komen voor een rentekorting.   Regels per bank verschillend In de praktijk gebeurt dit lang niet altijd vanzelf. Banken hanteren namelijk uiteenlopende regels. De ene bank verlaagt de opslag automatisch als je een bepaald bedrag hebt afgelost. Bij de andere moet je er expliciet om vragen. En weer een andere bank vermindert de opslag alleen bij het aflopen van de rentevaste periode. Ook kunnen de hoogte van de risico-opslag en de grensbedragen per bank verschillen.   Meer dan € 10.000 Met die wetenschap is het dus interessant om van tevoren te weten welke regels jouw bank hanteert. Immers, een hypotheek bij een bank die nu een iets hogere hypotheekrente vraagt maar straks de risico-opslag wel automatisch vermindert, kan op termijn voordeliger zijn. Volgens berekeningen kan het verschil bij een annuïteitenhypotheek van € 200.000 over de hele looptijd oplopen tot meer dan € 10.000 aan rente. NHG Met name bij lineaire en annuïtaire hypotheken zonder Nationale Hypotheek Garantie (NHG) spelen looptijdrente en risico-opslag een rol. Hypotheken met NHG vallen immers al in een lagere risicoklasse, omdat de NHG in veel gevallen garant staat.   Aflossingsvrij Ook bij een aflossingsvrije hypotheek is er geen automatische daling van de risicoklasse. Er wordt immers niet automatisch afgelost. Los je toch tussentijds af? Informeer dan eens bij mij of je misschien voor een rentekorting in aanmerking komt.   Ik reken het graag voor je uit Als Erkend Financieel Adviseur kan ik je helpen om uit te zoeken wat voor jou de voordeligste oplossing is. Door niet alleen de aanvangsrentes van banken met elkaar te vergelijken maar ook de voorwaarden van de risico-opslag mee te wegen, kan ik uitrekenen welke aanbieders voor jou het meest interessant zijn.  

Welke essentiële verzekeringen heb ik als bedrijf nodig?

Als je net een nieuw bedrijf hebt opgericht komt daar veel bij kijken. Daarbij denk je als beginnend bedrijf al niet gauw aan verzekeringen afsluiten, terwijl dit wel heel belangrijk is. Dit zorgt er namelijk voor dat alle bedrijfsrisico’s worden afgedekt en dat je niet gelijk bij een schade in de problemen komt. In deze lijst hieronder bespreken wij welke verzekering echt benodigd zijn voor uw bedrijf om af te sluiten. Dit nemen wij voor elke categorie door.   Verzekeringen voor een bedrijfspand en bedrijf: Gebouwenverzekering: Hiermee verzeker je het gebouw tegen schade zoals bijvoorbeeld brand, ontploffing en veel meer. Het lijkt in de kern wel redelijk op een opstalverzekering die je voor je eigen huis hebt. Glasverzekering: Met een glasverzekering is al het glas in je gebouw goed verzekerd. Dit tegen verschillende vormen van glasbreuk. Bedrijfsschadeverzekering: Hiermee verzeker je het mislopen van omzet en brutowinst als bijvoorbeeld je bedrijf schade oploopt. Hierdoor kun je minder produceren of geheel niet meer produceren. Dit noemen ze de bedrijfsschade.   Verzekeringen voor goederen en inventaris: Inventarisverzekering: Hiermee verzeker je de meubels en inrichting die je in je bedrijfspand zelf hebt neergezet. Dit zijn wel spullen die je nodig hebt om het werk uit te voeren. Goederenverzekering: Hiermee verzeker je de handelsgoederen die in je pand opgeslagen liggen. Dit zijn bijvoorbeeld grondstoffen, eindproducten of andere handelswaar.   Aansprakelijkheidsverzekeringen: Bedrijfsaansprakelijkheid verzekering: Hiermee verzeker je de schade die wordt veroorzaakt doe het toebrengen van directe materiële schade of financiële schade door je bedrijf. Rechtsbijstandverzekering: Hiermee is het risico gedekt voor advocaat kosten en juridisch advies voor als je bijvoorbeeld een geschil krijgt met personeel, klant of leverancier. Hiervoor kunnen de kosten vaak oplopen. Natuurlijk zijn er vele andere verzekeringen voor je bedrijf mogelijk. Dit hangt af wat voor bedrijf je hebt en welke risico’s jezelf wilt dragen. Wil je hierover meer weten en kijken wat mogelijk is? Dan helpen wij je graag hiermee. Dit kun je doen door een afspraak met ons in te plannen of door contact met ons op te nemen via onze email: advies@sahai.nl of ons telefoonnummer: 074-242-2357

Waarom de rechtsbijstandverzekering (BELANGRIJK) is

Rechtsbijstand, het zal de meeste consumenten nog weinig zeggen wat het precies is en waarvoor het nuttig is. Desondanks is deze ‘onbekende’ verzekering wel heel erg belangrijk, misschien wel een van de belangrijkste in de hedendaagse wereld. Wat is rechtsbijstand? Een rechtsbijstandverzekering is een speciale verzekering die vergoeding biedt voor kosten van benodigde rechtshulp. Een rechtsbijstandverzekering kan dekking bieden op diverse terreinen, oftewel modules. Wat doet een rechtsbijstandsverzekeraar Uw rechtsbijstandsverzekeraar biedt u juridische bijstand door een jurist of door gespecialiseerde advocaten en andere deskundigen. Ook de kosten die een gerechtelijke procedure met zich meebrengen vallen onder de dekking van een rechtsbijstandverzekering. Een rechtsbijstandverzekering kan behalve bij conflicten ook uitkomst bieden in het geval van (onterechte) strafvervolging. Wanneer u te maken krijgt met strafvervolging voor een misdrijf of overtreding, dan kan het zijn dat u via uw rechtsbijstandverzekering recht hebt op rechtshulp gedurende het verloop van de strafzaak. NB: het is in zo’n geval wel noodzakelijk dat de betreffende zaak wel binnen de verzekerde module of modules valt. Wanneer u bijvoorbeeld een rechtsbijstandverzekering voor verkeer heeft afgesloten biedt dit geen recht op juridische bijstand in een strafzaak op fiscaal gebied. Waarom is het belangrijk? In onderstaande plaatje is te zien welke bijdrage u betaalt voor een rechtshulp wanneer u geen rechtsbijstandverzekering hebt. De bijdrage die u moet betalen is afhankelijk van het inkomen dat u per jaar verdient. Dit kan zo per hoogte aardig oplopen. U ziet dat bij een inkomen van boven de €27.3000 alleen of €38.600 samen dat u niet eens in aanmerking meer komt voor een subsidie. Vooral voor deze categorie inkomen is een rechtsbijstandverzekering heel erg belangrijk, een geschil zit namelijk zo al in een klein hoekje. Mogelijkheden Wilt u meer weten over de mogelijkheden met betrekking tot rechtsbijstand? Dat kan, wij als Sahai Financiële diensten bieden namelijk rechtsbijstandverzekeringen aan. Graag bekijken wij met u samen wat we hierin kunnen betekenen. Dit kunt u doen door met ons contact op te nemen via het mail adres: advies@sahai.nl of ons telefoonnummer: 074 242 2357  

Aflossingsvrije hypotheek: wat zijn de spelregels?

Bij de meeste hypotheken die tegenwoordig worden afgesloten, betaal je het geleende geld tijdens de looptijd ervan terug. Toch bestaat de aflossingsvrije hypotheek nog wel. Maar wat zijn precies de spelregels? Bij een aflossingsvrije hypotheek los je gedurende de looptijd niet af. Aan het einde van die periode – meestal dertig jaar – moet je het gehele bedrag in principe in één keer terugbetalen. Vroeger waren er voor dat doel vaak levens- of beleggingsverzekeringen gekoppeld aan aflossingsvrije hypotheken. Maar door de crisis leveren die vaak onvoldoende rendement op, waardoor je aan het einde van de looptijd in financiële problemen kunt komen. Rente aftrekbaar of niet? Daarom heeft de regering besloten om het afsluiten van dergelijke constructies te ontmoedigen. Sinds 2013 is de rente over nieuwe aflossingsvrije hypotheken niet langer aftrekbaar. Maar als je er vóór die tijd al eentje had, mag je de rente nog wel aftrekken. Sterker nog, ook als je je aflossingsvrije hypotheek oversluit of verhuist, mag je nog kiezen voor een aflossingsvrije hypotheek zonder dat je het recht op renteaftrek verliest. Deze regeling blijft van kracht tot 30 jaar na het afsluiten van de aflossingsvrije hypotheek en in elk geval tot 2031. Tussen 2031 en 2043 loopt voor iedereen het recht op renteaftrek over een aflossingsvrije hypotheek dus af. Maar let op: als je een ander huis koopt, mag je dat ten hoogste voor 50% financieren met een aflossingsvrije hypotheek.   Lening terugbetalen Afhankelijk van het hypotheekbedrag kan het slim zijn om de lening al gedurende de looptijd (deels) terug te betalen. Zo weet je zeker dat je aan het einde ervan niet het risico loopt dat je je huis moet verkopen. Bij de meeste hypotheekverstrekkers mag je elk jaar 10% of zelfs 20% van de lening boetevrij aflossen.   Hypotheek oversluiten Als je wilt aflossen en jouw rentevaste periode loopt binnenkort af, kun je er ook voor kiezen om je aflossingsvrije hypotheek om te zetten naar een andere vorm. Je hebt dan de keuze uit twee varianten: een annuïtaire hypotheek of een lineaire hypotheek.   Alles op een rij Twijfel jij of je moet aflossen, je hypotheek moet oversluiten of de situatie gewoon zo laten als die nu is? Overweeg je een huis te kopen en dat deels te financieren met een aflossingsvrije hypotheek? Maak dan eens een afspraak met me. Ik zet de mogelijkheden graag voor je op een rij, zodat jij een goede keuze kunt maken.  

Kostengrens NHG naar € 310.000 in 2020

De aan de gemiddelde huizenprijs gekoppelde kostengrens voor Nationale Hypotheekgarantie (NHG) stijgt met ingang van 2020 van € 290.000 naar € 310.000. Voor woningen met energiebesparende voorzieningen is de kostengrens 6% hoger, namelijk € 328.600. Nu ligt dat bedrag van € 307.400.   Eerder deze maand heeft het Kadaster de gemiddelde koopsom in de maand augustus gepubliceerd. Op basis daarvan heeft de NHG de kostengrens voor het jaar 2020 vastgesteld op € 310.000. Voor woningen met energiebesparende voorzieningen is dit € 328.000   Gemiddelde koopsommen Sinds 2017 is de kostengrens voor NHG-hypotheken gekoppeld aan de gemiddelde koopsommen van aangekochte woningen in de maanden juni, juli en augustus van het voorafgaand jaar. Dit jaar zijn deze bedragen respectievelijk € 301.736 (juni), € 309.689 (juli) en € 316.183 (augustus). Daarmee kwam het gemiddelde uit op € 309.203. De kostengrens is het dichtstbijzijnde gehele bedrag dat deelbaar is door € 5.000, namelijk € 310.000.   Borgtochtprovisie NHG onderzoekt samen met ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of een systeem kan worden ontwikkeld die bijdraagt aan een nog stabielere kostengrens en borgtochtprovisie. “Zowel in tijden van economische voor- en tegenspoed.” Voor de investering in energiebesparende maatregelen kan een hypotheek aangevraagd worden tot maximaal 106% van de waarde van de woning, in plaats van maximaal 100%. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld isolatie van spouwmuren of het dak, vervanging van de cv-ketel of de installatie van zonnepanelen. Deze extra financieringsruimte wordt ook meegerekend in de kostengrens.   Oversluiten Het oversluiten van een lening zonder NHG naar een hypotheek met NHG is met ingang van 2020 niet meer mogelijk als de woningwaarde boven de kostengrens ligt. Op dit punt worden de voorwaarden en normen vanaf 2020 worden aangepast. Bron: amweb.nl